Liesbeth Beaufort

Liesbeth, sinds wanneer ben je lid?
Ik ben lid sinds: mijn negende (laten we nou geen data noemen zodat ik voor altijd 27 kan blijven).

Waarom ben je lid geworden:
Ik ben lid geworden omdat mijn moeder me opgaf. Ze vond het wel een goed idee en ik moet zeggen, wat een puik idee was dat inderdaad!

Wat was je eerste rol:
Mijn eerste rol was: een dubbelrol. Ik mocht zowel viezerik als schoonheidsspecialiste zijn in de ‘Ik ben (n)ergens bang van-show’.

Wat vind je het leukste bij Pankras:
De vriendschappen die ik er heb gesloten en de tweede familie die ik er heb gevonden. Ik zit natuurlijk al lang bij de vereniging en ik heb er dan ook veel over mezelf geleerd. Ik heb me hier kunnen ontwikkelen, niet alleen als speler maar ook als mens. Dat had niet gekund zonder me zo veilig te weten tussen al mijn medePankrassers. I <3 Pankras

Wat zou je graag nog eens doen bij Pankras:
Een Doos uitvoeren voor een groot publiek. De afgelopen twee Dozen (voorstellingen die door Pankras zelf gemaakt worden) hebben we slechts éénmalig voor eigen publiek (vrienden, familie en leden) uitgevoerd. Dit zijn echter voorstellingen die zo ontzettend leuk zijn, die verdienen een groter podium.

Doe je nog iets speciaals vlak voor een uitvoering:
Even op het podium rondlopen. In de coulissen even een moment voor mezelf vinden. Ik word meestal erg zenuwachtig en die zenuwen moet ik dan echt even in bedwang houden.

Waar hou je je momenteel mee bezig:
Ik regisseer de oudste jeugdgroep samen met Caby. Ik ben altijd aan het broeden op een nieuwe Doos en ik repeteer onder Hein het stuk ‘Een hoge noot in Laagland’.

Heb je verder nog hobby’s:
Mijn verdere hobby’s zijn: scouting, tekenen en koken.

Welke rol zou je graag nog eens willen spelen:
Een slechterik. Of dat dan een gemeen, jaloers kreng is in een thriller of een heks in een kinderstuk, het lijkt me allemaal even leuk.

En de laatste vraag Liesbeth, welk moment vergeet je nooit meer:
Tijdens een uitvoering van de ‘Blauwe vogel’ zou op een zeker moment geschoten worden. Hiervoor hadden we een neppistool geladen met losse flodders. Je kunt je voorstellen dat er veel beweging is op het toneel voordat er geschoten wordt. Dat was dan ook nauwkeurig gechoreografeerd en er hing veel van timing af. Wij, de spelers, stonden allemaal klaar op de juiste positie, en met ingehouden adem wachtten we de pistoolschoten af. Het leek wel een eeuwigheid te duren voordat er tot onze verrassing geen schoten klonken, maar Hilda (onze rekwisiteur) vanuit de coulissen ‘Pang! Pang!’ riep. Het pistool had op het moment suprême dienst geweigerd.

Foto: Liesbeth (links) in De blauwe vogel (2013)